slide05
iStock_000004931054_Large
iStock_000000866618_Large
iStock_000000225024_Large
slide1
slide2
slide3
slide00

Columns

2016

Dyslexie en beelddenken?

Language – one of the most important ways in which we define ourselves as human

Ondanks het feit dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor het bestaan van ‘beelddenken’ zijn er ‘beelddenkcoaches’ die menen dat dyslectische leerlingen met een ‘holistische’  aanpak geholpen zouden zijn. Dyslectici/beelddenkers worden daar beschreven als mensen die niet zozeer in taal als wel in beelden zouden denken, en die over bijzondere gaven zouden beschikken. Dat zou dan deels komen doordat ze de (talige) linker hersenhelft veel minder zouden gebruiken en meer hun rechter hersenhelft zouden inzetten. Het concept stamt uit een tijd [1]waarin waargenomen verschijnselen vooral op basis van intuïtie werden geïnterpreteerd.’

Natuurlijk is het verleidelijk om, als je op school maar moeizaam leert lezen en spellen, te denken dat je over andere, creatieve gaven beschikt. Toch is het realistischer om te stellen dat een dyslecticus een mens is als u en ik, met ieder zijn eigen goede en zwakke punten. Zo heb ik leerlingen leren kennen die dyslectisch waren èn een talenknobbel hadden!

Het lijkt me een misvatting om het visueel geheugen gelijk te stellen aan een concept als beelddenken. Wanneer ik enthousiast vertel over mijn vakantie in de bergen zie ik ook beelden voor me van die bergen, van de bloemen en kruiden, de vergezichten e.d. Echter, om mijn verhaal te vertellen heb ik woorden nodig om dat wat ik me herinner te beschrijven. Ook dyslectische kinderen hebben in hun kinderjaren (en dat begint als baby!)  hun moedertaal zodanig leren beheersen, dat ze erin denken en als communicatiemiddel inzetten.

Onderzoek van de laatste jaren toont aan dat het concept van een dominante linker hersenhelft niet meer staande gehouden kan worden en dat men er meer en meer van overtuigd raakt dat beide hersenhelften zowat even belangrijk zijn. Daarnaast heeft men de idee dat dyslexie gekoppeld moet zijn aan minimaal een gemiddelde intelligentie al lang achter zich gelaten. Dyslexie moet los gezien worden van intelligentie! Er zijn gevallen bekend van mensen met een laag IQ, die zeer wel in staat zijn geschreven teksten technisch te ontsleutelen. En wij kennen allen wel voorbeelden van hoogbegaafden (bijv. Leonardo Da Vinci, Richard Branson)) die moeite hadden/hebben zich het lezen en spellen eigen te maken.

Dyslexie kan ook voorkomen met andere leer/gedragsproblemen. Bijvoorbeeld met ADHD dyscalculie, autisme e.d. Wellicht verklaart dat de oorzaak voor het ontstaan van het concept beelddenken.

Dyslexie betekent dat je problemen kunt hebben met het fonologisch en/of fonemisch bewustzijn en de auditieve analyse/verwerking van woorden, dat je klanktekenkoppelingen niet snel genoeg doorziet, en dat je het lastig vindt orthografische patronen te herkennen en toe te passen. Later in het leerproces kan dit manifest worden in problemen met de leesvloeiendheid (en dus ook tekstbegrip) en het leren van vreemde talen.

Kortom, het is een probleem dat zich manifesteert bij geschreven taal. De hulp aan dyslectici moet gebaseerd zijn op de aanpak van deze problematiek en wel met evidence-based interventies, die zich richten op het langdurig remediëren, compenseren en dispenseren van genoemde lees-en spellingproblemen. Zowel in de moedertaal als in de vreemde talen.

[1] Prof.Dr.Aryan vd Leij (2016).  Dit is Dyslexie p.161, Houten: Uitgeverij Lannoo

Naar de brugklas

Elk jaar weer opnieuw komt het voor dat leerlingen pas in de brugklas blijken dyslectisch te zijn. Soms wordt dat vastgesteld aan de hand van diverse tests die de scholen zelf afnemen, soms blijkt vooral bij het vak Engels dat er iets aan de hand moet zijn. Tenminste, als de docent(e) daar voor open staat en iets van dyslexie af weet.
Hoe komt het dat dit soort kinderen juist bij het vak Engels ‘door de mand vallen’? Engels hebben ze toch al een beetje gehad en het is toch eigenlijk niet zo’n moeilijke taal?
Klopt helemaal, ware het niet dat de spelling van het Engels zo ontzettend onvoorspelbaar en ondoorzichtig is. En spelling (lees: klank-teken koppeling) is nou net dat onderdeel van het taalleren waar dyslectici zo‘n problemen mee hebben. Het is voor deze leerlingen een ramp dat ze bij het Engels geconfronteerd worden met het feit dat bijvoorbeeld één bepaalde klank op vele wijze gespeld kan worden (voorbeeld: de klank /sj/ kom je tegen in shop, station, sugar, pressure…). En dat één letterteken op diverse wijze uitgesproken kan worden (zie de letter in : dog, do, go, son, women, pardon, of het letterteken in ghost, right, laugh).
Anders dan het Engels in het basisonderwijs wordt in het voortgezet onderwijs meer nadruk op het geschreven woord gelegd, ligt het tempo veel hoger en is de hoeveel grammatica en vocabulaire aanzienlijk groter.
Wat het probleem verergert is het feit dat in ons onderwijs in de Engelse les noch het onderdeel spelling, noch het onderdeel uitspraak systematisch wordt onderwezen. Ook de meeste Engelse leergangen bieden nauwelijks tot geen instructie aan op gebied van spelling en uitspraak.

Vroege uitval bij Engels

Leerlingen die in het basisonderwijs nog niet als dyslectisch gediagnosticeerd werden lopen meestal al bij het eerste het beste proefwerk tegen de lamp. Waar hun klasgenoten na een ‘proeftest’ al snel door hebben dat ze extra aandacht aan de spelling van woorden moeten geven en dit ook kunnen, blijven de dyslectische leerling hardnekkig fouten maken. Eigenlijk zou een docent Engels hier alert op moeten zijn en meteen aan de bel moeten trekken. Want als er snel wordt ingegrepen kan er veel ellende voorkomen worden.


© Copyright 2016 • MCLF Hoeks - Mentjens